@LKvV op Twitter
Extranet
| Update DHW |
|
|
|
In juli 2009 is er een begin gemaakt met de wijziging van de Drank- en Horecawetgeving. Hiervoor waren twee aanleidingen. De eerste aanleiding heeft betrekking op het terugdringen van de administratieve lasten. Daarnaast wil de Tweede Kamer hiermee het schadelijke gevolgen van alcoholgebruik onder jongeren tegengaan.
In het eerste wetsvoorstel stonden de volgende onderwerpen die voor studentenverenigingen van belang zijn:
1. Decentralisatie regelgeving Het toezicht op de Drank- en Horecawet dient te worden verscherpt. Op dit moment kunnen jongeren onder de 16 nog veel te gemakkelijk aan drank komen. Daarom stelt de regering voor het toezicht op de Drank- en Horecawet te decentraliseren van het Rijk naar de gemeenten. Dit heeft twee grote voordelen: · De Tweede Kamer stelt vast dat paracommerciële instellingen een grote rol in spelen in het minderjarig alcoholgebruik. Onder paracommerciële instellingen vallen o.a. buurthuizen, sportkantines, maar ook studentengezelligheidsverenigingen. Decentralisatie van het toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet door paracommerciële rechtspersonen zou minderjarig alcoholgebruik verminderen. Ondanks het feit dat er op studentengezelligheidsverenigingen geen jongeren onder de 16 aanwezig zijn, kunnen deze wel de dupe worden van deze regelgeving. · De decentralisatie van het beleid biedt de mogelijkheid om oneerlijke mededinging (concurrentie) op gemeentelijk niveau te voorkomen. De achterliggende gedachte is dat paracommerciële rechtspersonen veelal subsidie krijgen en verder door een andere fiscale regelgeving een gunstiger positie hebben dan reguliere horecabedrijven.
Dit alles heeft geleid tot het volgende artikel:
Artikel 41 1. Bij gemeentelijke verordening worden ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels gesteld waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. 2. Bij zodanige verordening is het de gemeente toegestaan rekening te houden met de aard van de paracommerciële rechtspersoon. 3. De in het eerste lid bedoelde regels hebben in elk geval betrekking op de volgende onderwerpen: a. de tijden gedurende welke in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt; b. in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen; c. in de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn. 4. De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de bij of krachtens dit artikel gestelde regels. 5. De ontheffing, of een afschrift daarvan, is in de inrichting aanwezig.
Wat betekent artikel 4 lid 3 voor studentengezelligheidsverenigingen? · Lid 3a: In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zal regelgeving worden opgesteld rondom schenktijden (en dus sluitingstijden) van studentenverenigingen. · Lid 3b: In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zal regelgeving worden opgesteld rondom bijeenkomsten van persoonlijke aard. In het geval van studentengezelligheidsverenigingen kun je bijvoorbeeld denken aan afstudeerborrels of bruiloften van oud-leden. · Lid 3c: In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zal regelgeving worden opgesteld rondom bijeenkomsten van open aard. In het geval van studentengezelligheidsverenigingen kun je bijvoorbeeld denken aan open feesten (zoals: Hattrick, 3Day, Kriminele) of algemene introductiedagen.
2. Experimenteerartikel Introductie van een experimenteerartikel. Op 20 december 2007 is de motie Joldersma/Voordewind aangenomen. Daarin wordt de regering verzocht een experiment mogelijk te maken waarbij een aantal gemeenten in staat wordt gesteld om onder meer de leeftijdsgrens te verhogen tot 18 jaar. De uitwerking hiervan valt hieronder te lezen:
Artikel 40a1 1. Op voordracht van Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tezamen kunnen bij algemene maatregel van bestuur voor een periode van twee jaar bij wijze van experiment gemeenten worden aangewezen waarin bij gemeentelijke verordening kan worden afgeweken van artikel 20, eerste en derde lid, in die zin dat de daarin gestelde leeftijdsgrens van 16 jaar kan worden verhoogd tot 18 jaar.
Met de val van het kabinet was er sprake dat de Kamer de aanpassing op de wet controversieel zou verklaren. Dit houdt in dat de meningen over deze wijziging zo verdeeld zijn, dat de huidige Kamer het verstandiger deze wetswijziging te laten behandelen door het nieuwe kabinet en een nieuwe Tweede Kamer. Maar de wetswijziging is bij nader inzien door ChristenUnie, PvdA, SGP en CDA toch van de lijst van controversiële onderwerpen gehaald.
Op dit moment (18 maart 2010) is het nog niet bekend wanneer de wetswijziging plenair behandeld gaat worden in de Tweede Kamer. Wel is er al een aantal amendementen (officiële aanvraag tot wijziging van het wetsvoorstel) ingediend. Deze amendementen zullen worden behandeld tijdens de plenaire behandeling. Hierover zal uiteindelijk gestemd worden; een meerderheid aan stemmen zal deze wijziging dan officieel doorvoeren. De belangrijkste amendementen (met betrekking tot studentengezelligheidsverenigingen) zijn ingediend door dhr. van der Vlies (SGP) en dhr. Voordewind (CU). Deze pleiten voor een landelijke verhoging van de leeftijdsgrens voor het verkrijgen van zwak alcoholische dranken van 16 naar 18 jaar. Deze maatregel zou voor studentenverenigingen vergaande gevolgen hebben: in theorie zou dit betekenen dat alle leden zich zouden moeten gaan legitimeren bij het bestellen van alcoholische dranken.
1 Kamerstuk 2009-2010, 32 022 nr.2, 05-08-2009 |







